Adriaan Jaeggi over diezelfde fotografe
Je hebt mensen en je hebt natuurkrachten. De natuurkrachten onderscheiden zich van de mensen door het feit dat er weinig tegen bestand is; je hebt maar te doen wat ze zeggen, je wordt meegesleurd, misschien niet tegen je zin, maar wel vaak tegen je verwachtingen in. Ik ben niet de eerste die dat ondervonden heeft. Ook de dichters Erik Jan Harmens, Gerrit Komrij en Eus Kuypers waren danig onder de indruk van de natuurkracht die hun kleedkamer in haar greep hield, toen ik daar op een avond in de lente van 2006 binnenstapte. Aanvankelijk leek de situatie weinig te verschillen van zoveel andere kleedkamers op zoveel andere literaire avonden: de dichter Harmens was diep in gedachten, de dichter Komrij glimlachte in zijn bier en de jonge dichter Eus bevond zich op de vloer met zijn gezicht in een plasje bier. Het enige verschil met andere avonden was de vierde aanwezige in de kleedkamer, een die ik eerst niet had opgemerkt vanwege haar postuur: een soort kleine blonde kolibri die van de een naar de ander fladderde en de dichters een joekel van een cameralens in het gezicht duwde. Het wonderlijke was dat de dichters zich daardoor op geen enkele manier uit hun doen lieten brengen: ze praatten en lachten alsof er niets aan de hand was, terwijl de kolibri zich nog kleiner maakte aan hun voeten en hen keer op keer in het vizier nam. Mijn grote verlangen was dat ze die camera ook op mij zou richten. Maar nee.
Enkele dagen later kreeg ik een mail van een mij volstrekt onbekende Keukelaar. De boodschap was kort: zie bijlage. De bijlage ontbrak. Een uur later kreeg ik een tweede mail van dezelfde Keukelaar. Ditmaal bevatte de mail een uitgebreide fotoreortage in, en de gegromde boodschap – sommige mensen kunnen grommen in een e-mail: ‘Vorige ging mis. Teveel recipients of zoiets. Wat een gezeik.’ Ik bekeek de reportage met stijgende verbazing. De avond zoals ik mij die herinnerde was een volkomen vage literaire manifestatie geweest, een aaneenschakeling van mompelende en hakkelende schrijvers op een wankel podium, sloten lauwe alcohol en een totaal gebrek aan glamour. Maar kijkend naar de mij gestuurde foto’s bleek ik aanwezig geweest te zijn op een van dé literaire gebeurtenissen van het jaar, waar elke schrijver eruitzag als een jonge god en elke dichteres als een literaire pitspoes. De grootste verrassing kwam aan het eind van de reeks foto’s: een van de mooie jonge goden was ik zelf. In de loop der jaren zijn er heel wat foto’s van mij bemaakt, van genante vakantiekiekjes tot hijgerige publiciteitsfoto’s waar de fotograaf verwoede pogingen had gedaan om mij zowel literair als sexy te laten overkomen. Steeds opnieuw leverde dat portretten op als van een man die die ochtend per ongeluk een te krappe onderbroek van zijn vrouw heeft aangeschoten. De foto’s van de – mij volkomen onbekende Keukelaar – waren anders. Niet alleen zag ik er honderd keer aantrekkelijker uit dan ik in werkelijkheid ben, maar het was alsof de onbekende Keukelaar een moment had gevangen dat ik nooit had gehad als ik tegenover een fotograaf stond. Als iemand een foto van mij maakt klap ik meestal dicht. Op deze foto stond ik open.
Als u straks rondloopt en de foto’s uit Kenia bekijkt die hier hangen zult u zien wat ik bedoel. De mensen op deze foto’s zijn allemaal anders: de een is in gedachten verzonken, de ander heeft de slappe lach, en een derde bevindt zich ergens in een dal van wanhoop waar hij waarschijnlijk niet meer uit zal terugkeren. Behalve voor dat ene moment waarop de foto geschoten werd, en ze opengingen.
Ik ben pas op het laatste moment gevraagd om deze tentoonstelling te openen, en hoewel ik het een grote eer vind is de tijd te kort om de lof van Keke uitvoeriger te zingen. Ik had maar een uur en bovendien moest ik het schrijven van dit openingswoord voortdurend onderbreken om te helpen met het sjouwen van kratten champagne, het vullen van bakjes olijven en het beantwoorden van Keke’s telefoontjes. Want zo is het nu eenmaal als je bevriend bent met een natuurkracht: je doet gewoon wat ze zeggen, je wordt meegesleurd. Niet tegen je zin, maar altijd onweerstaanbaar, onberekenbaar, onvoorspelbaar tegen al je voornemens en plannen en verwachtingen in.
Adriaan Jaeggi bij de opening van de expositie Krachtig Kenia